Karate beoefenen betekent bekwaam zijn om een aanvaller uit te schakelen, d.w.z. technieken leren die ‘gevaarlijk’ kunnen zijn en die men dus steeds onder controle moet hebben. Daarom is discipline een essentieel onderdeel van karatebeoefening. Naast het leren van uitschakeltechnieken leert de karateka vooral respect voor anderen te hebben, leiding te aanvaarden en zich zowel fysiek als mentaal te beheersen.
Karate is een martiale kunst. De beoefenaar moet zich dan ook steeds bewust zijn van het mogelijke gevaar dat verbonden is aan het uitvoeren van gevechtstechnieken en moet de bekwaamheid en discipline hebben om dit potentieel gevaar altijd en volledig onder controle te houden. Deze gedragscode verlangt van de karateka, kort samengevat, het streven naar de ontwikkeling van de persoonlijkheid vertrekkende van nederigheid, het respecteren van de waarheid (eerlijkheid), de bereidheid tot inspanning (moed), het naleven van de etiquette (hoffelijkheid) en de beheersing van zijn kunde (zelfcontrole).