Het Karate is een oosterse gevechtssport waarbij de ledematen gebruikt worden als natuurlijke aanvals-en verdedigingswapens. Het woord zelf is trouwens samengesteld uit ‘Kara’ wat vrij en ongewapend wil zeggen, en ‘te’ wat hand betekent.
Oorspronkelijk ontstaan in China omstreeks 2200 voor Chr. geraakte het al vlug verspreid over geheel Zuidoost-Azië, zo werd het o.a. door Chinese bezettingstroepen ook ingevoerd op het Japanse eiland Okinawa waar het vermengd geraakt met plaatselijke gevechtstechnieken. Uit deze combinatie is uiteindelijk het karate zoals wij het kennen, ontstaan.
Een figuur die zeker vermeld moet worden is Gichin Funakoshi die de vader van het moderne karate genoemd mag worden. Hij bracht immers de techniek van de klassieke leermeesters verder tot ontwikkeling en zorgde ervoor dat het karate ook in de rest van Japan en later ook in de hele wereld bekend geraakte. Nu nog beoefenen vele karatekas de Shotokan stijl, of de stijl van meester Gichin Funakoshi.
De rechtstreekse leerlingen van Gichin Funakoshi waren het niet altijd onderling eens, er ontstonden verschillende stijlen waaronder Shotokan (de traditionele), Goju Ryu, Wado Ryu, Wado Kai, Shuko Kai en Shito Ryu de voornaamste zijn.
De oorspronkelijke stijl, de SHOTOKAN, evolueerde steeds. Trainingsmethodes werden verbeterd en aangevuld met modernere bevindingen, aan technieken werd geschaafd, werptechnieken en klemtechnieken werden toegevoegd, competitiereglementen werden verbeterd en verruimd, maar steeds werden de basisprincipes van meester Funakoshi bewaard. Basisprincipes die onmisbaar zijn om het doel van karate te bereiken, namelijk:
EERLIJKHEID, HOFFELIJKHEID, NEDERIGHEID, MOED en ZELFCONTROLE.
De bedoeling achter de karatetechnieken bestaat er immers in de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de karateka tot een zo hoog mogelijke perfectie te brengen.